Beginpagina

Informatie/contact

Laatste nieuws

307 in Amsterdam
307 in dienst gesteld

Restauratieprojecten

Specialiteiten

Diversen

Projecten voor anderen

Links

...

Replicabouw Siemens sleepbeugel

Bij de restauratie van GTr 307 was duidelijk dat de wagen ook een stroomafnemer nodig zou hebben. Deze zijn voor ons in Amsterdam niet meer te krijgen, bovendien zijn de sleepbeugels zoals die op de Amsterdamse museumwagens gebruikt worden van een ander, later model dan wat op de 307 passend zou zijn. En zo ontstond het plan voor het fabriceren van nieuwe sleepbeugels naar origineel Siemens model uit 1910.

In de GVB-archieven kon een tekening hiervan gevonden worden naar aanleiding waarvan we een beugel konden bouwen. Belangrijkste verschillen met de huidige situatie waren dat indertijd in Amsterdam de bovenleiding op 7 meter hoogte hing (en de wagens dus van enorm lange beugels voorzien waren), en dat ze een vrij simpele aluminium strip (met een gleuf vol grafietvet) als sleepstuk tegen de bovenleiding gebruikten.

Voor onze beugel zijn we uitgegaan van minstens een meter korter dan de tekening, i.v.m. de veel geringere rijdraadhoogte die tegenwoordig gehanteerd wordt. Dit als eerste benadering, in de praktijk zou dan wel blijken hoeveel we er verder af moeten halen om met de huidige bovenleiding te kunnen rijden zonder in bochten naast de draad te komen. Een oude sleepbeugel gedraagt zich tenslotte heel anders dan een pantograaf: bij gelede wagens zit het sleepstuk van de beugel recht boven ofwel vlak vóór het wielstel, deze blijft dus boven het spoor of kruipt iets naar binnen in bochten. Een sleepbeugel op een oude wagen heeft zijn sleepstuk achter de achteras, en komt dus naar buiten in de bocht. Het is duidelijk, dat bij het rijden op een tramnet dat geheel voor pantograaf-wagens geschikt is, dit hier en daar een probleem op zou kunnen leveren. Inschatten of berekenen hiervan stuit op zo veel onbekende variabelen dat dit niet te doen is. De beste optie was dus om met een geschatte lengte te werken en de definitieve lengte door middel van proefritten te bepalen.

Aan de hand van de (aldus aangepaste) maten van de tekening konden we bij een metaalhandel de juiste soort buizen bestellen (koudgetrokken elastische buis, vergelijkbaar met wat in de jaren '50 voor de beugelstoelen van Gispen gebruikt werd). De klemmen om het geheel in elkaar te zetten werden door ons in detail getekend en door een constructiebedrijf gemaakt. Daarna konden de geleverde buizen door een gespecialiseerd bedrijf in de juiste bocht gebogen worden, en de buizen van de onderkant werden in elkaar gesoldeerd (niet gelast, dan wordt het materiaal te heet en verliest het zijn elasticiteit die voor een beugel juist nodig is). Daarna kon de rest met op maat gemaakte klemmen in elkaar gezet worden.

Als sleepstuk ging toch wel de voorkeur uit naar een modern en makkelijk te verkrijgen koolstuk in plaats van de ouderwetse aluminium strip. Van diverse types gelede wagens hebben we de sleepstukken bekeken en opgemeten, en de langste (die dus de grootste uitzwaai kan hebben zonder naast de draad te raken) uitgekozen. Moderne trams rijden allemaal met een dubbel sleepstuk, een zgn. 'sleetje', om meer stroomdoorvoer te kunnen hebben voor hun sterke motoren, voor onze oude wagentjes met een veel kleiner motorvermogen is een van de sleepstukken hiervan meer dan voldoende. De 'oren' zoals een modern pantograaf-sleepstuk heeft werden afgezaagd en een nieuwe bevestiging ontworpen.

Op deze manier hebben we twee beugels gemaakt, één voor de 72 en één voor de 307. Als beide wagens regelmatiger gaan rijden zullen we weer een of twee reserve-exemplaren gaan maken.

Op de foto is te zien hoe zeer de beugel op het origineel lijkt, en hoe anders dit oogt dan de modernere sleepbeugels die tot nu toe op zowel Haagse als Amsterdamse museumwagens gebruikt werden.

Aan een kopeindpunt, waar de tram niet door een lus rijdt maar de andere kant op terugrijdt, moeten deze sleepbeugels overigens gekeerd worden. Hoe dat gaat is te zien op dit filmpje: