Beginpagina

Informatie/contact

Laatste nieuws

307 in Amsterdam
307 in dienst gesteld

Restauratieprojecten

Specialiteiten

Diversen

Projecten voor anderen

Links

...

Passend maken Babbitt glijlagers

De meeste oude trams hebben heel simpele glijlagers op de assen zitten, en ook deze vergen specifiek onderhoud. Het principe van een glijlager is heel simpel: het wagengewicht rust in de aspot met een simpele lagerschaal op het gladde uiteinde van de wielas. Onder de as ligt in de aspot een bakje met olie met een systeem dat de olie opzuigt en tegen de onderkant van de as smeert. door het draaien van de as komt de olie tussen de as en de lagerschaal terecht en levert zo de smering. Deze olielikker kan een ingewikkeld smeerkussen zijn dat met bladveertjes omhoog gedrukt wordt (zoals op onderstaande foto te zien is), vaak is het een simpel kussen van poetskatoen met paardehaar, met katoenen touw omwikkeld om er een kussen van te maken. In het uiterste geval kan er zelfs een natuurspons gebruikt worden (bij de betere drogist nog te krijgen).

Veel lagers van oude trams zijn gemaakt van Babbittmetaal (genoemd naar de uitvinder Isaac Babbitt, 1799-1862), een witte legering van tin met antimonium, lood en koper met goede eigenschappen voor glijlagers, en goedkoper dan brons (eigenlijk zijn massief bronzen lagers het beste, maar erg duur). Nadeel van Babbittmetaal is dat het wel zachter is dan brons. Deze lagers bestaan uit een huis van brons of staal, met daar in een laag Babbittmetaal gegoten.
Info over de werking van Babbitt: http://nl.wikipedia.org/wiki/Babbittmetaal

Bij wagens die ver na de bedoelde levensduur weer gerestaureerd worden zijn deze lagers dus meestal versleten. Om geen warmlopers te krijgen moet een Babbittmetaal lager in principe alleen op een klein oppervlak in het midden contact maken met de as, daarbuiten (net) niet. Op onderstaande foto is duidelijk te zien dat het lager 'draagt' over de gehele lengte van de astap, en als er nog voldoende materiaal over is, moet dit dus weggevijld en -gekrabd worden tot er weer een klein dragend 'postzegeltje' over is.

Om tijdens het werk te zien hoever en waar nog materiaal weggehaald moet worden smeer je de astap dun in met een beetje, liefst vuile, oude olie. Bij passen van de lagerschaal op de as blijft vuil achter op de plaatsen waar nog contact gemaakt wordt (goed te zien op de rechterfoto hieronder).

Is uiteindelijk een contactoppervlak ter grootte van een flinke postzegel over in het midden van de lagerschaal, dan is het weer goed. Wanneer er te weinig materiaal over is om dit te bereiken of de laag Babbittmetaal breuken vertoont, dan moet het lager opnieuw worden ingegoten en begint het pasmaken weer overnieuw.